Welk hout u in een houtkachel gebruikt, heeft veel invloed op de warmte, verbranding en hoeveelheid rook die ontstaat. Goed droog haardhout brandt gemakkelijk, geeft veel warmte en zorgt voor een schonere verbranding. Nat of ongeschikt hout doet precies het tegenovergestelde. Maar welk hout is nu het beste hout voor een houtkachel? Voor de meeste houtkachels zijn houtsoorten zoals beuken, essen, eiken en berken zeer geschikt. Iedere houtsoort heeft zijn eigen eigenschappen. Belangrijker dan de keuze tussen verschillende houtsoorten is echter het vochtpercentage. Stook bij voorkeur droog hout met een vochtpercentage tussen de 12 en 15 procent en in ieder geval niet hoger dan 18 procent.
Hout voor houtkachel: wat is de beste keuze?
Er bestaat niet één houtsoort die in iedere situatie de beste keuze is. Verschillende houtsoorten branden namelijk op een andere manier. Sommige houtsoorten branden snel en zijn ideaal om het vuur op gang te brengen, terwijl een harde houtsoort meestal langer brandt en geleidelijk warmte afgeeft. Voor dagelijks stoken zijn onder andere deze soorten haardhout geschikt:
Houtsoort | Brandduur | Aanmaken | Vlambeeld | Eigenschap |
|---|---|---|---|---|
Eikenhout | Lang | Wat moeilijker | Rustig en gelijkmatig | Langdurige warmte |
Beukenhout | Lang | Gemiddeld | Rustig en stabiel | Gelijkmatige verbranding |
Essenhout | Lang | Relatief gemakkelijk | Levendig en gelijkmatig | Goede combinatie van warmte en vuur |
Berkenhout | Korter | Gemakkelijk | Levendig | Snel een mooi vuur |
Elzenhout | Korter | Gemakkelijk | Levendig | Snel warmte |
U hoeft zich dus niet volledig vast te leggen op één soort hout. Verschillende houtsoorten combineren kan tijdens het stoken juist prettig zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld een houtsoort die gemakkelijk ontbrandt combineren met zwaarder hardhout dat langer blijft branden.
Beukenhout: een harde houtsoort voor de houtkachel
Beukenhout behoort tot de bekendste soorten haardhout. Beuk is een harde houtsoort met een hoge dichtheid en een relatief lange brandduur. Goed gedroogd beukenhout brandt rustig, geeft veel warmte en zorgt voor een rustig en stabiel vlambeeld. Beukenhout is daardoor een uitstekende keuze wanneer u langdurig en gelijkmatig wilt stoken. Dikke blokken hardhout zijn wel moeilijker aan te steken. Begin daarom met kleinere stukken hout en voeg grotere stukken beukenhout toe wanneer het vuur goed brandt.
Eikenhout stoken: lange brandduur en veel warmte
Ook eikenhout is uitstekend geschikt om te stoken. Eiken is een zware, harde houtsoort met een hoge dichtheid. Eikenhout brandt traag en geeft daardoor gedurende langere tijd warmte af. Het is daarom zeer geschikt wanneer u een lange brandtijd wilt en minder snel nieuw hout op het vuur wilt leggen. Eikenhout geeft bij een goede verbranding een rustig en gelijkmatig vlambeeld. Een belangrijk aandachtspunt bij deze houtsoort is de lange droogtijd. Vers eikenhout bevat veel vocht en moet voldoende lang drogen voordat u het als brandhout kunt gebruiken. Stook eikenhout daarom pas wanneer het voldoende droog is. Met een vochtmeter kunt u eenvoudig controleren of het juiste vochtpercentage is bereikt.
Essenhout als haardhout
Essenhout is een uitstekende keuze voor de houtkachel. Essen is een harde houtsoort die mooi en gelijkmatig brandt. Goed gedroogd essenhout ontbrandt relatief gemakkelijk en geeft vervolgens langdurig warmte af. Door de combinatie van een goede verbranding, een mooi vlammenspel en een prettige brandduur wordt essenhout veel gebruikt als haardhout. Net als bij beukenhout en eikenhout geldt dat ook essen voldoende moet drogen voordat u het gaat stoken.
Berkenhout en elzenhout stoken
Berkenhout is een lichtere houtsoort dan eiken of beuken en brandt daardoor sneller. Berken geeft een levendig en mooi vlammenspel en is zeer geschikt om een houtkachel snel op temperatuur te brengen. Goed droog berkenhout kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met een zwaardere harde houtsoort die vervolgens langer warmte afgeeft. Ook elzenhout is een zachte houtsoort die geschikt is als haardhout. Elzenhout brandt gemakkelijk en geeft snel warmte af. Omdat elzenhout sneller opbrandt dan zwaar hardhout, is de brandduur korter. Zowel berkenhout als elzenhout kan daarom goed worden gecombineerd met beuken, essen of eiken.
Welke houtsoort geeft het mooiste vlambeeld?
Ook het vlambeeld verschilt per houtsoort. Berkenhout ontbrandt gemakkelijk en geeft relatief snel een levendig en mooi vlammenspel. Beukenhout brandt rustiger en gelijkmatiger en zorgt daardoor voor een stabiel vlambeeld. Eikenhout brandt langzaam en geeft een rustig vuurbeeld, waarbij het hout gedurende langere tijd warmte afgeeft. Essenhout zit daar mooi tussenin en zorgt voor een levendig maar gelijkmatig vuur. Welk hout het mooiste vlambeeld geeft, hangt daarom vooral af van uw voorkeur. Voor een mooi en schoon vuur zijn droog haardhout, voldoende luchttoevoer en een kachel die goed op temperatuur is minstens zo belangrijk.
Â
Hardhout versus zachthout: welke soort hout is het meest geschikt?
Bij de keuze van hout voor een houtkachel wordt vaak gesproken over hardhout versus zachthout. Beide kunnen worden gebruikt, mits het hout schoon en voldoende droog is. Hardhout, zoals beuken, essen en eiken, heeft doorgaans een hogere dichtheid. Omdat hardhout langzaam brandt, heeft het meestal een langere brandduur. Zacht hout heeft een lagere dichtheid, ontbrandt sneller en is ook sneller opgebrand. Een zachte houtsoort kan daardoor handig zijn bij het aanmaken van de kachel. Daarna kunt u grotere stukken hardhout gebruiken voor een langere brandtijd. Het idee dat alleen hardhout geschikt is, klopt dus niet. Ook zacht hout kan goed branden. De droogte en kwaliteit van het hout zijn minstens zo belangrijk als het type hout.
Droog hout voor de houtkachel: wat is het juiste vochtpercentage?
Gebruik voor het stoken alleen voldoende droog hout. Goed gedroogd hout is belangrijk voor een goede verbranding en beperkt de hoeveelheid rook. Een vochtpercentage tussen de 12 en 15 procent is ideaal en het vochtpercentage mag absoluut niet hoger zijn dan 18 procent. Vers gekapt hout kan nog ongeveer 50 procent vocht bevatten en is daarom niet geschikt om direct te stoken. Nat hout brandt aanzienlijk slechter dan droog hout. Bij nat hout wordt een deel van de energie eerst gebruikt om het aanwezige vocht te verdampen. Hierdoor blijft de temperatuur in de vuurkamer lager en ontstaat minder snel een optimale verbranding. Nat hout kan daardoor meer rook veroorzaken en zorgen voor aanslag op het glas en vervuiling van het rookkanaal. Door deze vervuiling kan afzetting in het rookkanaal ontstaan, wat uiteindelijk ook het risico op een schoorsteenbrand kan vergroten.
Het vochtpercentage kunt u controleren met een houtvochtmeter. Splijt hiervoor een houtblok en meet aan de pas gespleten binnenzijde. De buitenkant kan aanzienlijk droger zijn dan het midden. Wanneer u haardhout koopt, kunt u naast natuurlijk gedroogd hout ook ovengedroogd hout tegenkomen. Ovengedroogd haardhout wordt onder gecontroleerde omstandigheden gedroogd en kan, wanneer het juiste vochtpercentage is bereikt, direct worden gestookt. Ook hierbij is uiteindelijk het gemeten vochtpercentage bepalend.
Waarom gekloofd hout gebruiken?
Gebruik bij voorkeur gekloofd hout in uw houtkachel. Door hout te kloven wordt een groter deel van de binnenkant aan de lucht blootgesteld, waardoor het gemakkelijker kan drogen dan een compleet rond houtblok. Gekloofd hout heeft bovendien meer oppervlak dat tijdens het aansteken direct kan ontbranden. De dikte van het hout speelt daarbij ook een rol: kleinere stukken vatten sneller vlam, terwijl grotere stukken langer blijven branden.
Zwitserse methode voor een efficiënte verbranding
Naast het juiste haardhout is ook de manier van aansteken belangrijk voor een efficiënte verbranding. Bij de Zwitserse methode legt u grotere stukken hout onderin de kachel. Daarboven legt u kleiner gekloofd hout en aanmaakhout. Vervolgens steekt u het vuur van bovenaf aan. Het hout brandt hierdoor geleidelijk van boven naar beneden. De kachel komt rustig op temperatuur en tijdens het aansteken ontstaat minder rook. Zet de luchttoevoer tijdens het aansteken volledig open en regel deze pas terug wanneer het vuur goed brandt en de kachel op temperatuur is.
Welk hout kunt u beter niet gebruiken in een houtkachel?
Niet elke houtsoort of ieder stuk hout is geschikt als brandhout. Gebruik in een houtkachel uitsluitend schoon en droog haardhout. Stook geen:
geverfd of gelakt hout;
geïmpregneerd hout;
spaanplaat, MDF of ander plaatmateriaal;
sloophout waarvan u niet weet hoe het behandeld is;
afval;
nat of beschimmeld hout.
Bij geverfd, geïmpregneerd of ander behandeld hout kunnen tijdens de verbranding schadelijke stoffen vrijkomen. Deze schadelijke stoffen horen niet thuis in de rook van uw houtkachel. Bovendien kan behandeld hout de kachel en het rookkanaal vervuilen. Ook tropisch hardhout moet u niet zomaar als brandhout gebruiken. Gebruik alleen schoon, onbehandeld hout waarvan u weet waar het vandaan komt en dat geschikt is om te stoken.
Hoe kunt u het juiste haardhout het beste opslaan?
Goed haardhout kan opnieuw vocht opnemen wanneer het verkeerd wordt opgeslagen. Bewaar brandhout daarom op een droge en goed geventileerde plaats. Zorg dat regen niet rechtstreeks op het hout terechtkomt, maar sluit de houtopslag niet volledig luchtdicht af. Wind moet langs het hout kunnen bewegen zodat aanwezig vocht kan ontsnappen. Plaats vers of gekloofd hout bij voorkeur niet rechtstreeks op de grond. Een verhoogde ondergrond voorkomt dat het hout vocht vanuit de bodem opneemt.
Hoe lang hout moet drogen, verschilt per houtsoort, dikte en manier van opslaan. Houd bij natuurlijk drogen rekening met een droogtijd die gemakkelijk één tot meerdere jaren kan bedragen. Eikenhout heeft doorgaans meer tijd nodig om voldoende droog te worden dan lichtere houtsoorten. Controleer daarom uiteindelijk altijd het vochtpercentage in plaats van alleen uit te gaan van de droogtijd.
Groot of klein hout: wat kunt u het beste gebruiken?
De grootte van de stukken hout beïnvloedt hoe het hout brandt. Kleine stukken hebben relatief veel oppervlak en vatten daardoor sneller vlam. Grote stukken blijven langer branden en kunnen een langere brandduur geven. Gebruik bij het aanmaken daarom klein en droog gekloofd hout. Zodra het vuur goed brandt, kunt u grotere stukken toevoegen. Vul de vuurkamer niet zomaar helemaal met hout. Hoeveel hout u per keer kunt gebruiken, is afhankelijk van het vermogen en de voorschriften van de houtkachel. Door de juiste hoeveelheid hout te gebruiken en voldoende lucht toe te voeren, bereikt de kachel sneller de temperatuur die nodig is voor een efficiënte en schone verbranding.
Het juiste hout voor uw houtkachel
Het beste hout voor een houtkachel is uiteindelijk vooral schoon en goed gedroogd haardhout. Welk hout u het beste kunt gebruiken, hangt mede af van het gewenste vlambeeld en de brandduur. Beukenhout is interessant voor een rustige en gelijkmatige verbranding, terwijl het dichte eikenhout traag brandt en zeer geschikt is wanneer u een lange brandduur wilt. Berkenhout brandt sneller en zorgt juist voor een levendig vlammenspel. Essenhout combineert een mooi vuur met een prettige brandduur. Door verschillende soorten haardhout te combineren kunt u profiteren van de eigenschappen van meerdere houtsoorten.
Naast het juiste hout zijn ook de luchttoevoer, het vochtpercentage en de manier van stoken bepalend voor een goede verbranding. Ook de eisen van EcoDesign spelen een belangrijke rol bij moderne houtkachels en het beperken van de uitstoot. Bij DM Houtkachels adviseren wij u daarom niet alleen over de keuze van een passende houtkachel, maar ook over het juiste gebruik en verantwoord stoken.





